Deze bijdrage strekte ertoe om de relatie tussen medewerkingsverplichtingen, toestemmingsvereisten en dwangmaatregelen nader te duiden. In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat deze drie componenten perfect compatibel zijn. Een plicht tot medewerking kan perfect afhankelijk worden gesteld van een voorafgaande toestemming. En het ontbreken van die toestemming kan dan weer op zijn beurt de aanleiding vormen voor de uitoefening van enige vorm van dwang.
Hierbij heb ik erop gewezen dat de medewerkingsverplichting zich net onderscheidt van de aanvaardingsverplichting door de toestemmingsvereiste. Waar in het kader van een aanvaardingsverplichting een overheid desgevallend zelfs een materiële dwang kan uitoefenen, waarbij de dwangmaatregel de toestemming terzijde schuift, kan dit nooit bij een (echte) medewerkingsverplichting, net omdat de toestemming daar vereist blijft. Het is overigens vanuit die these dat het mij voorkomt dat het opleggen van dwangsommen (en aangenomen dat dit geen materiële dwang uitmaakt) perfect kan samengaan met een medewerkingsverplichting (zonder dus deze verplichting op zich te converteren in een aanvaardingsverplichting).
Doorheen dit discours duikt ook bij voortduur het zwijgrecht op. Het bijzondere aan het zwijgrecht is dat de dwanguitoefening één van de toepassingsvoorwaarden vormt opdat het zwijgrecht zou gelden. Dit leidt soms tot verwarrende redeneringen, waarbij contradicties worden gezien in het opleggen van dwang in relatie tot medewerkingsverplichtingen. Nochtans hoeft deze contradictie er niet te zijn. In zijn essentie vormt het zwijgrecht immers een toepassing van een grondrecht (en met name van het recht op een eerlijk proces), wat met zich meebrengt dat de toepassing van de medewerkingsverplichting ondergeschikt moet worden gemaakt aan de eerbiediging van het grondrecht, eventueel middels een (weliswaar bekritiseerbare) “bewarende” medewerking. Het loutere feit dat de aanwezigheid van enige dwangmaatregel de toepasbaarheid van het zwijgrecht uitlokt, doet aan deze logica geen afbreuk.