Veel economen en fiscalisten pleiten voor een hervorming van de belasting op de huurinkomsten. En conceptueel hebben ze gelijk. Veel huurinkomsten worden nu berekend op basis van het kadastraal inkomen. Dit is een fictief inkomen dat al lang niet meer in verhouding staat tot de reële huurinkomsten. Betekent dit dat een belastingverhoging zich opdringt? M.i. niet. In ieder geval dringt een overgangsperiode zich op. Voorts dreigen verhuurders zwaar belast te worden als je ook de onroerende voorheffing en de registratierechten in aanmerking neemt. Bij een hervorming (die er toch zal moeten komen) zou dus ook dat aspect moeten herbekeken worden, al zitten die wel op het niveau van het Vlaams Gewest, hetgeen de zaken compliceert. Een denkpiste zou kunnen zijn om te werken met één vlak tarief voor alle vermogensinkomsten - waaronder reële huurinkomsten - in combinatie met een vrijstelling tot een bepaald bedrag: ‘Op die manier kan je de gepensioneerde met één huurappartement vrijwaren. Hij of zij zou in het nieuwe scenario idealiter geen extra belastingen betalen. Dat geldt wel voor de vastgoedboer die meerdere appartementen verhuurt en op grote schaal inspeelt op de relatief lage inkomstenbelasting voor huurinkomsten.’